Het was een idee van vriend Ruud, waar ik meteen enthousiast over was. Een bezoek aan de Vlaamse tram langs de kust. Eindelijk weer de sfeer van de buurttram genieten, die zo jammerlijk uit Nederland was verdwenen. Dit verslag is inmiddels alweer 30 jaar oud. Het was een lesopdracht tijdens mijn eerste jaar op de School voor de Journalistiek in Utrecht.

Een bezoek aan de Vlaamse kustlijn

De Vergane Glorie van de Buurttram

Het beginpunt van de Vlaamse kustlijn in Knokke, eind 1980. Ooit reed de tram verder door de stad in. Er was zelfs een lijn naar Sluis in Nederland.
  • Het beginpunt van de Vlaamse kustlijn in Knokke, eind 1980. Ooit reed de tram verder door de stad in. Er was zelfs een lijn naar Sluis in Nederland.


Afgelopen weekend ging ik met de bus naar Wageningen. De eerste honderd meter op het Janskerkhof in Utrecht begonnen al meteen goed. Terwijl de stampvolle bus van stoplicht tot stoplicht voorthikte probeerde ik me, met mijn ene hand vastgeklonken aan de stang naast de bestuurder
staande te houden en tegelijkertijd twee halfopgebruikte strippenkaarten uit mijn kontzak op te graven.

22 december 1980
door Eduard Bekker
De tram onderweg. Op de achtergrond een oudere aanhangwagen.
  • De tram onderweg. Op de achtergrond een oudere aanhangwagen.



E

en grote kluwen van mensen die mekaars kooldioxide zaten in te ademen, als ze nog konden zitten, tenminste. De muffe, allesverstikkende geur van dieselolie. Het venijnige geronk, dat me het gevoel gaf dat de motor in mijn eigen maag ronddraaide. Stoppen en optrekken, optrekken en stoppen, een flauwe bocht naar links, afremmen en een scherpe bocht naar rechts en weer naar links, dan weer grommend in een file en hevig trillend tien meter opgeschoten, en dat anderhalf uur lang. Volslagen. geradbraakt strompelde. ik uiteindelijk op mijn plaats van bestemming de gele cakewalk uit. Haar dat was - eerlijk is eerlijk - ook een beetje mijn eigen schuld: in het gewoel had ik ook nog geprobeerd de krant te lezen.

Tussen Oostende en De Panne voert het kustlijntraject een deel langs het strand.
  • Tussen Oostende en De Panne voert het kustlijntraject een deel langs het strand.


Comfortabel

Ik benijdde toen mijn voorouders, die zich voor hetzelfde eind comfortabel per tram hadden kunnen laten vervoeren, want dit was ooit eens de voorloper van de huidige buslijn naar Wageningen. Alleen het overstappen in Zeist - van normaalspoor op smalspoor - was iets lastiger; een probleem waar buslijnen nimmer mee geconfronteerd zullen worden. Maar dit euvel zou ik maar al tè graag op de koop toe hebben willen nemen.

Vriend Ruud controleert de koppeling.
  • Vriend Ruud controleert de koppeling.


Heimwee

Je moet de sfeer van een interlokale tramlijn eigenlijk eens geproefd hebben om deze wat ongebruikelijke heimwee te kunnen begrijpen. Tot mijn achtste wàs ik dan ook één van die gelukkigen. We woonden toen in Den Haag, en als mijn broer en ik met de ‘Blauwe’ of de Gele’ naar Voorschoten of Wassenaar meereden, was dat voor ons een belevenis die ons deed dansen van puur enthousiasme. De tweestemmige fluit waarmee deze indrukwekkende gevaartes hun komst van verre aankondigden klonk ons als muziek in de oren.
Meer treinen dan trams leken het soms wel. Voor een jochie van een jaar of zes was het een flinke klim om er in te komen. De lange meerwagenstellen schokten ritmisch over de talloze raillassen, waardoor je de indruk kreeg dat het wel vreselijk hard moest gaan.

Eindpunt De Panne in 1980. Awel, gij zijt tramenthousiasten? Prompt wordt vriend Ruud aan het stuur gezet en mag ik hem op de gevoelige plaat vastleggen.
  • Eindpunt De Panne in 1980. Awel, gij zijt tramenthousiasten? Prompt wordt vriend Ruud aan het stuur gezet en mag ik hem op de gevoelige plaat vastleggen.


Peertjes

Als het donker werd, floepten aan het crèmekleurige plafond de talloze peertjes aan, die overigens bij het passeren van een viaduct of ophaalbrug zonder bovenleiding de wagon weer even hard verduisterden. De grijzige conducteur, behulpzaam bij het instappen van mensen, waarvan hij soms al bijna leeftijdsgenoot was. Een man die op rustigere dagen altijd wel even tijd had voor een praatje. Koperen stangen op het teakhout. Een rij leren lussen aan de zoldering voor het geval je een keer onverhoopt toch moest staan.
Mijn vader kocht een auto. Twee jaar later was het afgelopen met de ‘Gele’ en ‘Blauwe'.

Meterspoortjes

Maar de trams bleven me boeien. In België keek ik mijn ogen uit toen ik een tijdje later met mijn ouders mee op vacantie naar Parijs ging. Overal rammelden de crêmekleurige trammetjes over hun meterspoortjes langs de macadam, in de passerende dorpskernen meestal dwars tegen het verkeer in schutterend aan de verkeerde kant van de weg. Tweehonderd kilometer lang rails in de wegberm, vanaf Wuustwezel aan de Nederlandse grenstot een eind in Frankrijk toe bij Lille en Valenciennes.

Soms is er een derde oude rijtuig met een fraai sfeervol houten interieur. Een heel gemis bij moderne tramstellen.
  • Soms is er een derde oude rijtuig met een fraai sfeervol houten interieur. Een heel gemis bij moderne tramstellen.


Restanten

Maar dit is ook allang weer verleden tijd. Toch kun je langs de Vlaamse kust nog iets van die interlokaletramlijn-sfeer proeven. Daar vind je namelijk een van de laatste restanten van het eens zo grote tramnet van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen: de tramlijn Knokke - De Panne. Als je in Knokke in één van de oude rijtuigen plaats neemt, trekken in een tijdsbestek van zo’n twee uur alle Belgische kustplaatsen aan je voorbij voordat je in De Panne, vlak bij de Franse grens tot stilstand komt.

Opstuivend zand

Daar toeteren oude driewagenstellen je tegemoet in een nevel van opstuivend zand, terwijl de ‘wattman’ met de handle tegen de stuitnok voor een vaartje van zo’n 65 kilometer per uur zorgt . Intussen brengt de ‘ontvanger’ zijn kaartjes aan de man, waarbij hij soms van het ene rijtuig in het andere overstapt via de deurtjes die zich in de voor- en achterzijde van de wagons bevinden. Net zoals vroeger bij de ‘Blauwe’ fluit hij het vertreksein vanaf de achterste treeplank.

Onderweg stappen we even uit. Wij niet alleen, overigens.
  • Onderweg stappen we even uit. Wij niet alleen, overigens.


Wafelkramen

Soms voert de rit vlak langs het strand of dwars door de duinen, soms gaat het pal langs de vele uitgaansgelegenheden in de hoofdstraten: de wafelkramen, luxehotels en sjieke restaurants. In hun vitrines de forellen, die bijna uit hun bakken springen en de heen en weer scharrelende kreeften in hun glazen behuizingen, de scharen met elastiek verzegeld. Een zestig kilometer lange sightseeing door een tijd die al jaren achter ons leek te liggen.
Maar binnen een jaar is het zelfs ook hier fini. Dan zul je hier alleen nog maar hypermoderne strakgelijnde tramstellen aantreffen, waarin
je niets meer van de vroegere buurtspoorwegromantiek zult terug vinden.

Voor het echter zover is hoop ik het weemoedig terugverlangen te hebben omgewisseld voor avontuurlijke verlokkingen van de dag van vandaag: de rit van Utrecht naar Wageningen: per sportfiets.

Utrecht , 22 december 1980/2 juli 1981.

Zie ook:

Hoe de ‘boerentram’ uit België verdween

Eduard Bekker zondag 28 april 2019leestijd: ± 1 minuut

Er zijn dingen waarvan ik weemoedig wordt, die niet-trammofielen wel niet zullen begrijpen.

> Meer
Terug   > Home     > Nieuws & Thema’s       > Thema’s         > Reizen           > De Vlaamse Kustlijn 1980
(Advertentie)

Reizen


Real Time Web Analytics
rss
Herfst 1980 - de Vlaamse kusttram onderweg met twee oude bijwagens door een van de kuststeden